Connecting agriculture and society

Enquête Buurtmoesttuin de Trompenburg – plezier in tuinieren

Sinds kort heb ik drie nieuwe tuinen bij mijn onderzoek betrokken. Op alle drie deze tuinen heb ik een enquête uitgevoerd (of eigenlijk; dit hebben collega’s tijdens mijn verlof voor me gedaan). Eén van die tuinen is Buurtmoestuin de Trompenburg in Amsterdam. Ik had een vragenlijst online gezet en één van de drijvende krachten achter het initiatief heeft de deelnemers een email gestuurd met een linkje. Dit heeft 12 geldige enquêtes opgeleverd. Hierbij een kort overzicht van de resultaten.

 

Algemeen

  • De helft van de respondenten is sinds de start van de tuin – 2009 – betrokken. Een kwart is lid sinds 2011; de anderen zijn korter onderdeel van de tuin.
  • Anders dan in de andere tuinen uit mijn onderzoek is de grootste leeftijdsgroep die van 35 tot 45 jaar oud (42%); in andere tuinen is deze groep vaak ondervertegenwoordigd. Toch ligt de gemiddelde leeftijd niet erg laag; de overige betrokken zijn 55 jaar of ouder (een kwart tussen de 55 en 65; een derde over 65).
  • De meeste respondenten wonen in de buurt van de tuin (Rivierenbuurt, IJsselbuurt, Scheldebuurt), maar voor meer dan de helft van de respondenten ligt de tuin wel op ‘fietsafstand’.
  • De tuin wordt relatief vaak bezocht; twee derde van de respondenten komt er tenminste eens per week, en een kwart twee of drie keer per maand.

 

IMG_0716

 

Redenen om bij de tuin betrokken te zijn

We vroegen mensen waarom ze bij de tuin betrokken zijn; respondenten konden van 20 redenen maximaal 3 aanvinken. Het tuinieren zelf is voor veel respondenten een belangrijke reden om bij de tuin betrokken te zijn; 58% geeft aan dat het plezier in tuinieren een belangrijke motivatie is. Geen enkele andere reden kwam daarbij in de buurt. Ook de groenten zelf zijn een belangrijke motivator; 33% wil eigen groenten verbouwen omdat je dan weet wat je eet, 33% omdat je dan biologisch kunt eten en 25% omdat de groenten dan lekkerder zijn. Een kwart wil meer kennis opdoen over groenten verbouwen. Ook wil een kwart van de respondenten een duurzaam initiatief steunen.

 

De sociale contacten waartoe de tuin eventueel kan leiden zijn voor de meeste respondenten geen (belangrijke) reden geweest om bij de tuin te zijn; niemand gaf aan dat de betrokkenheid voortkwam uit het zoeken naar gezelligheid of het leren kennen van nieuwe mensen in de wijk. Slechts één persoon gaf aan betrokken te zijn om tijd door te brengen met mensen in dezelfde wijk. Twee mensen gaven als reden dat de tuin een fijne plek is om naar toe te gaan.

 

Contacten op de tuin 

Het opdoen van contacten blijkt dus geen belangrijke beweegreden om bij de tuin betrokken te zijn. Veel mensen werken dan ook doorgaans alleen op de tuin (75%). Desalniettemin maken alle respondenten wel eens een praatje met een andere tuinder; meer dan de helft doet dat bijna altijd als ze aan het werk zijn. Iedereen kent dan ook andere tuinders; een derde van de respondenten kent 5 tot 9 anderen, een kwart 3 of 4 en nog een kwart 10 tot 14. Bovendien blijkt dat vrijwel alle respondenten de andere tuinders die ze kennen, door de tuin hebben leren kennen. Met andere woorden; men kende van te voren nog geen andere tuinders. In die zin heeft de tuin er dus wel toe geleid dat tuinders andere buurtbewoners hebben leren kennen.

 

We legden respondenten ook stellingen voor waarvan ze konden aangeven of ze het er mee eens waren of niet. De helft van de respondenten beaamde dat ze door de tuin andere buurtbewoners hadden leren kennen. 42% vindt het leuk om naar de tuin te gaan omdat ze er anderen kennen en 58% vindt dat er een prettige sfeer hangt. Een derde van de respondenten geeft aan dat het wonen in de buurt leuker is geworden door de tuin. Toch blijkt ook uit deze vraag dat de sociale contacten op de tuin niet het belangrijkste zijn voor de betrokkenen. Slechts één respondent geeft aan meer geïntegreerd geraakt te zijn in de buurt, twee hebben een groter sociaal netwerk gekregen, en voor één respondent vervult de tuin een belangrijke sociale rol. Bovendien zegt meer dan 40% van de respondenten dat de contacten of het sociale aspect van de tuin niet erg belangrijk voor hen is. Volgens 70% van de respondenten vervult de tuin dan ook slechts een kleine rol voor de sociale samenhang in de buurt. 

 

IMG_0711

 

Voedsel

We vroegen respondenten ook naar de groenten van de tuin. De meeste respondenten (42%, 5 respondenten) eten twee of drie keer per maand van de tuin. Een derde eet tenminste eens per week van de tuin, een kwart eens per maand of minder. Toch is de oogst op zich voor de meeste mensen niet erg groot: drie kwart van de respondenten geeft aan dat minder dan de helft van de groenten die hij of zij eet van de tuin komt en voor de meeste andere respondenten is dit nog minder. Slechts één respondent weet ongeveer de helft van zijn of haar groenten van de tuin te halen.

 

De belangrijkste redenen om van de tuin te eten is dat de groenten lekker, biologisch en lokaal zijn. Opvallend genoeg gaf slechts één persoon aan dat de tuin lekker makkelijk – want dichtbij – is. Voor 5 respondenten heeft de betrokkenheid bij de tuin geen invloed op hun eetpatroon; ze genieten hoogstens meer van hun eten (dit laatste geldt overigens voor de helft van de respondenten). Toch zegt 42% door het tuinieren in de supermarkt meer op te letten wat hij of zij koopt en is eenzelfde percentage andere groenten gaan eten. Een derde van de respondenten is vaker van het seizoen gaan eten.

 

Als je meer wilt weten over de resultaten, benader me dan gerust.

 

Esther Veen blogt als onderzoeker stadslandbouw