Connecting agriculture and society

Enquête Tuin aan de Maas – gezelligheid staat voorop

Zoals ik vorige week schreef heb ik drie nieuwe tuinen bij mijn onderzoek betrokken, waarop ik enquêtes heb uitgevoerd. Naast Buurtmoestuin de Trompenburg (zie het bericht van vorige week) is dat ook Tuin aan de Maas in Rotterdam. Eén van de initiatiefnemers van deze tuin heeft voor mij ongeveer 30 enquêtes verspreid en de ingevulde formulieren teruggestuurd (wat een service!). Dit heeft 19 ingevulde enquêtes opgeleverd. In dit blog een kort overzicht van de resultaten (die overigens een ander beeld laten zien dan de enquête van Buurtmoestuin de Trompenburg!). N.B. het gaat hier dus om de resultaten van deze 19 respondenten; het is goed mogelijk dat de tuin anders beleefd wordt door mensen die de enquête niet hebben ingevuld.

Algemeen

  • Op 1 na zijn alle respondenten tenminste twee jaar bij de tuin betrokken; 40% van de respondenten is er zelfs al meer dan 5 jaar onderdeel van.
  • Net als in andere tuinen in mijn onderzoek zijn jongeren ondervertegenwoordigd: meer dan drie kwart van de respondenten is 45 jaar of ouder. Opvallend is dat meer dan de helft tussen de 45 en 55 jaar oud is. De tuin wijkt daarmee enigszins af; het aantal ‘jongeren’ is weliswaar erg laag, maar de gemiddelde leeftijd ligt toch lager dan op andere tuinen omdat op die andere tuinen hogere leeftijdsgroepen beter vertegenwoordigd zijn (daar zijn dus meer mensen die ouder zijn dan 55).
  • Alle respondenten komen uit de directe nabijheid van de tuin; zij vertegenwoordigen slechts twee straten.
  • De tuin wordt niet erg druk bezocht; 68% van de respondenten bezoekt de tuin minder dan eens in de maand (en een derde daarvan zelden of nooit). 15% bezoekt de tuin ongeveer elke maand, 5% 3 of 4 keer per maand, en 10% 1 of 2 keer per week.

Redenen om bij de tuin betrokken te zijn

We hebben mensen gevraagd waarom ze bij de tuin betrokken zijn. Zij konden uit 20 verschillende redenen kiezen, waarvan ze er maximaal 3 mochten aanvinken. De antwoorden laten zien dat de betrokkenen veel belang hechten aan het bestaan van de tuin: bijna de helft van de respondenten zegt het belangrijk te vinden dat de tuin behouden blijft en nog eens bijna de helft geeft aan dat ze het belangrijk vindt een initiatief in de buurt te steunen.

Ook blijkt dat mensen het aspect ‘buiten’ een goede reden vinden voor hun betrokkenheid (‘het is een leuke manier om buiten te zijn’ (42%); ‘ik vind het leuk om te tuinieren’ (26%); ‘het is een goede manier om mijn kinderen iets te leren over voedsel en de natuur’ (21%)). Tenslotte is de tuin een prettige plek voor veel mensen (‘de tuin is een fijne plek om naar toe te gaan’ (32%); ‘het leek me gezellig’ (26%)). Niemand gaf aan bij de tuin te zijn met als belangrijkste reden zelf groenten te kunnen verbouwen.

tuin aan de maasContacten op de tuin 

De meeste respondenten werken meestal tegelijk met anderen op de tuin (71%). Niet gek dus dat bijna alle respondenten (18 van de 19, 95%) ook aangeven vaak een praatje te maken wanneer ze op de tuin zijn. De meeste mensen kennen dan ook veel andere tuinders; een kwart van de respondenten kent 5 tot 9 andere tuinders, bijna een derde kent er 10 tot 14 en nog eens een kwart kent meer dan 25 anderen. (Overigens blijkt dat men veel van de andere tuinders al van te voren kende; bijna een kwart van de respondenten heeft slechts 1 of 2 anderen leren kennen door de tuin, een derde heeft 3 of 4 mensen leren kennen en meer dan een kwart heeft 5 tot 9 mensen leren kennen.)

De activiteiten op de tuin zijn populair; 79% van de respondenten geeft aan in de afgelopen 2 jaar een barbecue of wijnproeverij bezocht te hebben, 68% heeft meegedaan met tuinwerkdagen en 42% deed mee met een nationale burenwerkdag. Deze betrokkenheid spreekt ook uit de volgende vraag; we legden respondenten een aantal stellingen voor waarvan ze konden aangeven of ze het er mee eens waren of niet. 84% gaf aan dat er een prettige sfeer hangt op de tuin (niemand gaf aan dat er geen prettige sfeer hangt).

Uit dezelfde vraag blijkt ook dat de tuin een bijdrage levert aan de verbondenheid van de buurt; 68% van de respondenten zegt buurtgenoten te hebben leren kennen, 52% zegt dat het wonen in de buurt leuker is geworden, en hetzelfde percentage geeft aan graag naar de tuin te komen door de contacten aldaar. Niemand heeft aangegeven het sociale aspect van de tuin niet belangrijk te vinden. Overigens moeten we het sociale aspect ook niet overschatten; slechts 15% (3 respondenten) geeft aan door de tuin beter geïntegreerd geraakt te zijn in de buurt, nog een 15% geeft aan een groter sociaal netwerk gekregen te hebben en voor slechts 4 mensen ‘vervult de tuin een belangrijke sociale rol’. Desalniettemin heeft 95% van de respondenten aangegeven dat de tuin volgens hen een belangrijke rol speelt voor de samenhang in de buurt.

Voedsel

Naast deze vragen over de contacten op de tuin hebben we ook vragen gesteld over het voedsel dat op de tuin verbouwd wordt. Uit de antwoorden blijkt dat het sociale aspect voor de meeste respondenten belangrijker is dan het voedsel dat van de tuin komt. Bijna 3 kwart van de respondenten eet minder dan eens per maand groenten van de tuin; de helft van hen zelfs zelden of nooit. Van de 12 mensen die wel eens van de tuin eten zegt twee derde dat het aandeel groenten dat ze van de tuin eten (als percentage van hun totaalpakket aan groenten) verwaarloosbaar is. Slechts één respondent eet iedere week van de tuin. De belangrijkste reden voor mensen om voedsel van de tuin te eten is dat het lokaal verbouwd is (83%). Meer dan de helft van de respondenten geeft ook aan de groenten lekker te vinden en 41% zegt dat het ook wel makkelijk is, zo dichtbij. Veel mensen konden de vraag waarom ze niet (vaker) van de tuin eten niet beantwoorden. Van zij die wel een antwoord gaven vinkten de meesten aan dat ze er simpelweg niet aan denken. 4 respondenten hebben het gevoel geen recht te hebben op de groenten.

De invloed van de tuin op mensen hun eetpatroon lijkt ook beperkt. Meer dan een kwart van de respondenten geeft aan dat hun betrokkenheid bij de tuin hun eetpatroon niet beïnvloedt. Een derde van de respondenten let in de supermarkt nu meer op wat hij/zij koopt; 4 respondenten eten vaker groenten van het seizoen; 4 mensen genieten meer van hun eten.

Belangrijkste verschil met Buurtmoestuin de Trompenburg is dus dat de betrokkenheid bij die tuin vooral te maken heeft met een interesse in tuinieren en/of groenten. Bij de Tuin aan de Maas is het sociale aspect van de tuin – iets samen doen met buurtbewoners – de meest belangrijke motivatie.

Esther Veen blogt als onderzoeker stadslandbouw